De vorige blog ging o.a. over de cursus ‘Nederlands op de Werkvloer met speciale aandacht voor MOE-landers’ en een zijdelingse vermelding naar het meldpunt Moelanders. Ter afsluiting schreef ik over de humoristische actie van het Poolse radiostation RFM die de echtheid van de Nederlandse tulp in twijfel trekt: ‘Tulipan To Lipa.
De aandacht voor de verwevenheid tussen Polen en Nederland reikt dit jaar verder dan het feit dat er alleen al 60.000 Polen werkzaam zijn in de land- en tuinbouw. De Keukenhof heeft dit jaar gekozen voor het thema Polen – Hart van Europa en schenkt met o.a. het bloeiend bolgewas als medium, aandacht aan de culturele kruisbestuiving tussen de twee landen.
Over de Tulp (Tulipa): een geslacht van eenzaadlobbige planten uit de Leliefamilie (Liliaceae). Tulpen werden in de westelijke wereld geïntroduceerd door de Weense ambassadeur voor Turkije, Ghislain de Busbecq, die over de bloemen schreef die hij in 1551 in het Turkse Edirne had gezien. Later zond hij enkele zaden ervan naar Oostenrijk. De aankomst van een vracht tulpenbollen in 1562 in Antwerpen betekende het begin van de Europese tulpenteelt. Rond 1593 verschenen de eerste exemplaren in Nederland. De eerste gedocumenteerde exemplaren werden door Carolus Clusius geplant in de door hem vanaf 1593 geleide Hortus Botanicus Leiden. De Ottomaanse sultans droegen een tulp op hun tulband als symbool. De naam tulp is zo afkomstig van het Perzische woord ‘tulipan’ wat tulband betekent. (bron: Wikipedia)
De tulp is dus een exoot die dankzij nijvere Hollandse kwekers niet alleen zijn wilde haren is kwijtgeraakt maar ook is ingeburgerd en zelfs geassimileerd. Hollandse kwekers van weleer zijn al lang Nederlands geworden, maar de oudste bollengronden liggen in Noord- en Zuid-Holland, tussen Katwijk en Haarlem. Tulpen komen nog steeds in het wild voor getuige de fototentoonstelling die te zien is in het TULPmuseum in Amsterdam. Ze groeien bijvoorbeeld in de onherbergzame bergen van o.a. Kazachstan en Tadzhikistan. Ze hebben écht exotische ‘roots’ en mensen hebben de tulp een handje geholpen bij zijn migratie naar de Hollandse bollengrond langs de duinrand.
Een jaar of 10 geleden gaf ik mijn moeder het boek De Tulp van Anna Pavord cadeau. Mijn overgrootvader had bollengrond in Noord-Holland en omdat dit boek geen tuinboek is maar een geschiedenis van een bloem, hoopte ik dat het nieuw licht zou werpen op de bezigheden van mijn moeders familie van grootmoeders kant.
Op de flap van het boek staat te lezen: ‘De tulp heeft mensen tot waanzin gedreven. Hebzucht, begeerte, leed en toewijding hebben allemaal een rol gespeeld in de ontwikkeling van de tulp van een wilde bloem van de Aziatische steppen tot een van de belangrijkste Nederlandse exportproducten. Alleen al de Verenigde Staten importeren elk jaar 3 miljard tulpenbollen. Frankrijk en Duitsland nog meer.
Waarom beheerste de tulp zoveel eeuwen in zoveel landen zoveel levens? De schrijfster, een onverholen tulpofiel, heet zes jaar naar antwoorden op die vraag gezocht. Geen enkele bloem heeft ooit zo’n grote rol gespeeld. Pavord brengt politieke omwentelingen in kaart, werpt licht op sociale gedragingen, en verhaalt van economische bloeiperioden en crises. Dwalend door Azië, India, Rusland en het Ottomaanse Rijk vertelt ze hoe de tulp vanuit Turkije hiernaartoe kwam en heel West-Europa stormenderhand veroverde.
De tulp legde voor sommigen de basis voor grote fortuinen, maar was ook de reden van even spectaculaire faillissementen. Miljoenen liefhebbers staren nu met ontzag naar de schitterende bloemstukken dien in het begin van de zeventiende eeuw werden geschilderd door meesters als Ambrosius Bosschart. Maar in de tijd dat ze werden geschilderd, werden deze kunstwerken als goedkope vervangingen van de echte bloemen beschouwd. Zelfs Jan Huysum, de grootmeester van de Hollandse bloemschilderkunst, kon zelden meer dan 5000 gulden voor een schilderij vragen, terwijl op de Alkmaarse veiling in 1637 een enkele bol van de tulp ‘Admirael Liefkens’ voor 4400 gulden van eigenaar wisselde.’
Begin deze maand bracht ik op uitnodiging van mijn moeder en samen met mijn Engelse neef en zijn gezin een bezoek aan de Keukenhof. Een jaar of zes geleden was ik daar voor het laatst met een Italiaanse vriendin die ik had aangeraden om vooral eens rond Koninginnedag naar Nederland te komen, omdat het dan meestal schitterend weer is. Zo niet in 2006. Het regende pijpenstelen toen wij door de Keukenhof wandelden, en hoewel tulpen voor geen kleintje verwaard zijn en niet kinderachtig hun kopje laten hangen bij een stortbui, was er geen zon om de rijk geschakeerde kleuren en de verfijnde tonaliteit van bepaalde cultivars te onderscheiden. Nu dus wel en terwijl we door de Keukenhof wandelden realiseerde ik me eens te meer hoeveel mensenwerk er moet zijn verzet om zoveel moois bij elkaar te laten groeien: onbetaalbaar mensenwerk.
Dat in de loop van de 18de en 19de eeuw de devaluatie van de tulpenbol een onomkeerbaar proces bleek te zijn, moge blijken uit mijn eigen stilleven, gemaakt in drie tellen met als onderwerp het bosje tulpen dat hier in de vensterbank staat. Voor € 7,50 op de markt in Wageningen gekocht afgelopen zaterdag en ze staan in een Turkse tulpenvaas die ik een paar jaar geleden in Cappadocië kocht . Stil leven met tulpen (2012): de foto’s.
De waarde van tulpenbollen bleek volatiel en een van de mooiste voorbeelden van goederen die hun waarde te danken hebben aan de schoonheid die mensen iets tijdelijks, een bloem hebben toedichten. Eigenlijk is de tulpenbol ooit een soort witte truffel (tuber magnatum) geweest. Maar die truffel is slimmer want behalve dat hij schaars is en alleen in Piemonte te vinden is, hebben hij en zijn zwarte soortgenoten tot op heden hun voortplantingsgeheim niet helemaal prijsgegeven en we weten dus niet hoe we ze moeten kweken of verbouwen. Zou het ons lukken, dan eet iedereen binnenkort een boterham met een plakje witte truffel bij de lunch en keldert de waarde.
Terug naar de tulpenbol. Die liet zich dus makkelijk domesticeren. Maar de tijd die nodig is om een bol tot volle wasdom te laten komen en om hem verhandelbaar te maken is ondanks de geïntensiveerde tuinbouw nog altijd ongeveer hetzelfde als vroeger. De natuur heeft zo zijn eigen ritmes. En de hoeveelheid arbeid die nodig is om de bol op de markt te brengen is dus ook ongeveer hetzelfde gebleven. Het is dus niet zo verwonderlijk dat in de land- en tuinbouw steeds goedkopere arbeidskrachten worden ingezet voor werk dat anders een te duur product zou opleveren. Een andere mogelijkheid is dat we bereid zijn om weer ouderwetse prijzen te betalen voor een zakje tulpenbollen en een bosje tulpen. En in zo’n rooskleurige toekomst zou ook de waarde van mijn foto’s wel eens kunnen stijgen
Tulipan to lipa? Nee hoor écht, helemaal écht.
Vertaling van de display WORK in de Keukenhof:
De Nederlandse gemeente Westland is een van de grootste land- en tuinbouw gebieden van Nederland, en de wereld. Pas sinds kort zijn de Poolse arbeidsmigranten naar het Westland gekomen om te werken. Al veel langer werken ze in Hillegom en Katwijk, de duin- en bollenstreek.
De meeste Poolse arbeiders zijn werkzaam via een uitzendbureau voor bepaalde tijd. De meesten zijn behoorlijk goed opgeleid maar doen vaak werk onder hun niveau. Hun salarissen zijn over het algemeen niet hoog.
Veel Poolse arbeiders blijven gevestigd in Polen en kunnen daar dankzij de seizoensarbeid meer uitgeven. Ze komen in de lente hierheen en blijven gedurende een week of zes tot maximaal acht weken om vervolgens in de herfst weer terug te komen voor een vergelijkbare periode.
Een kleine minderheid gevestigd in Westland, Hillegom en Katwijk heeft een eigen verblijfsplaats. Anderen wonen in tijdelijke huisvesting zoals in caravans op campings. Ze delen hun slaapkamer met een of meer andere Poolse arbeidsmigranten. Veel Poolse immigranten zijn van plan om tenminste 5 jaar of langer in Nederland te blijven, maar willen terugkeren naar Polen zodra ze daar weer meer kunnen verdienen.
Sinds 2007 hebben werkers uit Polen toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Op dit moment is 70% van de Oost-Europese arbeidskrachten afkomstig uit Polen.
Geraadpleegde websites en bronnen van inspiratie:
1. Activiteintenoverzicht Keukenhof 2012
2. Officiële opening Keukenhof 2012 wordt verricht door mevrouw Anna Komorowska, echtgenote van de President van Polen. Prinses Margriet aanwezig bij de opening.
3 Toespraak van de Echtgenote van de President van de Republiek Polen, mevrouw Anna Komorowska, ter gelegenheid van de opening van het Poolse seizoen van de Keukenhof (Keukenhof, 21 maart 2012 http://www.keukenhof.nl/nl/432/speech-by-the-first-lady-of-the-republic-of-poland-mrs-anna-komorowska-on-the-occasion-of-the-opening-of-the-polish-season-of-keukenhof-keukenhof-21-march-2012.html
4 tentoonstelling Polen onze buren in het Museon in Den Haag en Ontmoet ze: Frederic Chopin, Jan Minkiewicz, Madame Curie, Yvonne Rodenburg Cierniak, Paus Johannes II, Włodzimierz, Klaudia Wisniowiecka, Malgorzata Bos Karczeska, Nicolaus Copernicus.
5. tentoonstelling Poolse Kunstenaars in Nederland in Van Cappellenhuis in Capelle aan de IJssel
