Stil leven met tulpen (2012)

De vorige blog ging o.a. over de cursus ‘Nederlands op de Werkvloer met speciale aandacht voor MOE-landers’  en een zijdelingse vermelding naar het meldpunt Moelanders.  Ter afsluiting schreef ik over de humoristische actie van het Poolse radiostation RFM die de echtheid van de Nederlandse tulp in twijfel trekt:  ‘Tulipan To Lipa.

De aandacht voor de verwevenheid tussen Polen en Nederland reikt dit jaar verder dan het feit dat er alleen al 60.000  Polen werkzaam zijn in de land- en tuinbouw.  De Keukenhof heeft dit jaar gekozen voor het thema Polen – Hart van Europa en schenkt met o.a. het bloeiend bolgewas als medium,  aandacht aan de culturele kruisbestuiving tussen de twee landen.

Over de  Tulp (Tulipa): een geslacht van eenzaadlobbige planten uit de Leliefamilie (Liliaceae). Tulpen werden in de westelijke wereld geïntroduceerd door de Weense ambassadeur voor Turkije, Ghislain de Busbecq, die over de bloemen schreef die hij in 1551 in het Turkse Edirne had gezien. Later zond hij enkele zaden ervan naar Oostenrijk. De aankomst van een vracht tulpenbollen in 1562 in Antwerpen betekende het begin van de Europese tulpenteelt. Rond 1593 verschenen de eerste exemplaren in Nederland. De eerste gedocumenteerde exemplaren werden door Carolus Clusius geplant in de door hem vanaf 1593 geleide Hortus Botanicus Leiden. De Ottomaanse sultans droegen een tulp op hun tulband als symbool. De naam tulp is zo afkomstig van het Perzische woord ‘tulipan’ wat tulband betekent. (bron: Wikipedia)

De tulp is dus een exoot die dankzij nijvere Hollandse kwekers niet alleen zijn wilde haren is kwijtgeraakt maar ook is ingeburgerd en zelfs geassimileerd.  Hollandse kwekers van weleer zijn al lang Nederlands geworden, maar de oudste bollengronden  liggen in  Noord- en Zuid-Holland,  tussen Katwijk en Haarlem.  Tulpen komen nog steeds in het wild voor getuige de fototentoonstelling die te zien is in het TULPmuseum in Amsterdam. Ze groeien bijvoorbeeld in de onherbergzame bergen van o.a. Kazachstan en Tadzhikistan. Ze hebben écht exotische ‘roots’ en mensen hebben de tulp een handje geholpen bij zijn migratie naar de Hollandse bollengrond langs de duinrand.

Een jaar of 10 geleden gaf ik mijn moeder het boek De Tulp van Anna Pavord cadeau. Mijn overgrootvader had bollengrond in Noord-Holland en omdat dit boek geen tuinboek is maar een geschiedenis van een bloem, hoopte ik dat het nieuw licht zou werpen  op de bezigheden van mijn moeders familie van grootmoeders kant.

Op de flap van het boek staat te lezen: ‘De tulp heeft mensen tot waanzin gedreven. Hebzucht, begeerte, leed en toewijding hebben allemaal een rol gespeeld in de ontwikkeling van de tulp van een wilde bloem van de Aziatische steppen tot een van de belangrijkste Nederlandse exportproducten.  Alleen al de Verenigde Staten importeren elk jaar 3 miljard tulpenbollen. Frankrijk en Duitsland nog meer.

Waarom beheerste de tulp zoveel eeuwen in zoveel landen zoveel levens? De schrijfster, een onverholen tulpofiel, heet zes jaar naar antwoorden op die vraag gezocht. Geen enkele bloem heeft ooit zo’n grote rol gespeeld. Pavord brengt politieke omwentelingen in kaart, werpt licht op sociale gedragingen, en verhaalt van economische bloeiperioden en crises. Dwalend door Azië, India, Rusland en het Ottomaanse Rijk vertelt ze hoe de tulp vanuit Turkije hiernaartoe kwam en heel West-Europa stormenderhand veroverde.

De tulp legde voor sommigen de basis voor grote fortuinen, maar was ook de reden van even spectaculaire faillissementen. Miljoenen liefhebbers staren nu met ontzag naar de schitterende bloemstukken dien in het begin van de zeventiende eeuw werden geschilderd door meesters als Ambrosius Bosschart. Maar in de tijd dat ze werden geschilderd, werden deze kunstwerken als goedkope vervangingen van de echte bloemen beschouwd. Zelfs Jan Huysum, de grootmeester van de Hollandse bloemschilderkunst, kon zelden meer dan 5000 gulden voor een schilderij vragen, terwijl op de Alkmaarse veiling in 1637 een enkele bol van de tulp ‘Admirael Liefkens’  voor 4400 gulden van eigenaar wisselde.’

Begin deze maand bracht ik op uitnodiging van mijn moeder en samen met mijn Engelse neef en zijn gezin een bezoek aan de Keukenhof.  Een jaar of zes geleden was ik daar voor het laatst met een Italiaanse vriendin die ik had aangeraden om vooral eens rond Koninginnedag naar Nederland te komen, omdat het dan meestal schitterend weer is. Zo niet in 2006. Het regende pijpenstelen toen wij door de Keukenhof wandelden, en hoewel tulpen voor geen kleintje verwaard zijn en niet kinderachtig hun kopje laten hangen bij een stortbui, was er geen zon om de rijk geschakeerde kleuren  en de verfijnde tonaliteit van bepaalde cultivars te onderscheiden. Nu dus wel en terwijl we door de Keukenhof wandelden realiseerde ik  me eens te meer hoeveel mensenwerk er moet zijn verzet om zoveel moois bij elkaar te laten groeien: onbetaalbaar mensenwerk.

Dat in de loop van de 18de en 19de eeuw de devaluatie van de tulpenbol een onomkeerbaar proces bleek te zijn,  moge blijken uit mijn eigen stilleven,  gemaakt in drie tellen met als onderwerp  het bosje tulpen  dat hier in de vensterbank staat. Voor € 7,50 op de markt in Wageningen gekocht afgelopen zaterdag en ze staan in een Turkse tulpenvaas die ik een paar jaar geleden in Cappadocië kocht . Stil leven met tulpen (2012): de foto’s.

De waarde van tulpenbollen bleek volatiel en een van de mooiste voorbeelden van goederen die hun waarde  te danken hebben aan de schoonheid die mensen iets tijdelijks,  een bloem hebben toedichten. Eigenlijk is de tulpenbol ooit een soort witte truffel (tuber magnatum) geweest.  Maar die truffel is slimmer want behalve dat hij schaars is en alleen in Piemonte te vinden is,  hebben hij en zijn zwarte soortgenoten tot op heden hun voortplantingsgeheim niet helemaal prijsgegeven en we weten dus niet hoe we ze moeten  kweken of verbouwen. Zou het ons lukken,  dan eet iedereen binnenkort een boterham met een plakje witte truffel bij de lunch en keldert de waarde.

Terug naar de tulpenbol. Die liet zich dus makkelijk domesticeren.  Maar de tijd die nodig is om een bol tot volle wasdom te laten komen en om hem verhandelbaar te maken is ondanks de geïntensiveerde  tuinbouw  nog altijd ongeveer hetzelfde als vroeger.  De natuur heeft zo zijn eigen ritmes. En de hoeveelheid arbeid die  nodig is  om de bol op de markt te brengen is dus ook ongeveer hetzelfde gebleven. Het is dus niet zo verwonderlijk dat in de land- en tuinbouw steeds goedkopere arbeidskrachten worden ingezet voor werk dat anders een te duur product zou opleveren.  Een andere mogelijkheid is dat we bereid zijn om weer ouderwetse prijzen te betalen voor een zakje tulpenbollen en een bosje tulpen. En in zo’n rooskleurige toekomst zou ook de waarde van mijn foto’s wel eens kunnen stijgen :-) Tulipan to lipa? Nee hoor écht, helemaal écht.

Vertaling van de display WORK in de Keukenhof:

De Nederlandse gemeente Westland is een van de grootste land- en tuinbouw gebieden van Nederland, en de wereld. Pas sinds kort zijn de Poolse arbeidsmigranten naar het Westland gekomen om te werken. Al veel langer werken ze in Hillegom en Katwijk, de duin- en bollenstreek.

De meeste Poolse arbeiders  zijn werkzaam via een uitzendbureau voor bepaalde tijd. De meesten zijn behoorlijk goed opgeleid maar doen vaak werk onder hun niveau. Hun salarissen zijn over het algemeen niet hoog.

Veel Poolse arbeiders blijven gevestigd in Polen en kunnen daar dankzij de seizoensarbeid meer uitgeven. Ze komen in de lente hierheen en blijven gedurende een week  of zes tot maximaal acht weken om vervolgens in de herfst weer terug te komen voor een vergelijkbare periode.

Een kleine minderheid gevestigd in Westland, Hillegom en Katwijk heeft een eigen verblijfsplaats. Anderen wonen in tijdelijke huisvesting zoals in caravans op campings. Ze delen hun slaapkamer met een of meer andere Poolse arbeidsmigranten.  Veel Poolse immigranten zijn van plan om tenminste 5 jaar of langer in Nederland te blijven, maar willen terugkeren naar Polen zodra ze daar weer meer kunnen verdienen.  

Sinds 2007 hebben werkers uit Polen toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Op dit moment is 70% van de Oost-Europese arbeidskrachten afkomstig uit Polen. 

Geraadpleegde websites en bronnen van inspiratie:

1. Activiteintenoverzicht Keukenhof 2012

2. Officiële opening Keukenhof 2012 wordt verricht door mevrouw Anna Komorowska, echtgenote van de President van Polen. Prinses Margriet aanwezig bij de opening.

3 Toespraak van de Echtgenote van de President van de Republiek Polen, mevrouw Anna Komorowska, ter gelegenheid van de opening van het Poolse seizoen van de Keukenhof (Keukenhof, 21 maart 2012 http://www.keukenhof.nl/nl/432/speech-by-the-first-lady-of-the-republic-of-poland-mrs-anna-komorowska-on-the-occasion-of-the-opening-of-the-polish-season-of-keukenhof-keukenhof-21-march-2012.html

4 tentoonstelling Polen onze buren in het Museon in Den Haag en Ontmoet ze:  Frederic Chopin, Jan Minkiewicz, Madame Curie, Yvonne Rodenburg Cierniak, Paus Johannes II, Włodzimierz, Klaudia Wisniowiecka, Malgorzata Bos Karczeska, Nicolaus Copernicus.

5. tentoonstelling Poolse Kunstenaars in Nederland in  Van Cappellenhuis in Capelle aan de IJssel

 

 

 

Nederlands op de werkvloer

Al enige tijd hebt u geen update van de blog meer ontvangen. Dat kwam deels door de migratie van Web-log naar WordPress  maar ook omdat er het een en ander is veranderd in mijn arbeidsrelatie tot uitgeverij VanDorp Educatief en de website Nederlandsalstwee-detaal.   Sinds begin januari  ben ik niet meer in dienst als redacteur taalcursussen.  Wel blijf ik als freelancer verbonden aan VanDorp maar ik ben ook niet meer verantwoordelijk voor het reilen en zijlen van de webwinkel Nederlandsalstweede-taal.nl.  Wel houd ik nog steeds de social media en de discussies op Linkedin in de gaten, want mijn insteek is om wel actief te blijven in de NT2, alfabetisering, inburgering en al wat daaromheen gebeurt.  Op dit moment ben ik, in  parole povere,  en dat zijn ‘povere woorden’ waarmee je in het Italiaans zegt waar het op staat, werkeloos. De crisis is in de boekenmarkt natuurlijk al langer een feit en dus heb ik het ontslag vanwege financieel-economische redenen dan ook niet verder aangevochten.  Uitgevers zijn ook in dit marktsegment (cursusmateriaal) naarstig op zoek naar nieuwe business modellen en hopelijk kan ik daar als freelancer weer aan deelnemen. Nu ik freelancer ben, heb ik meer vrijheid ook wat  betreft het nemen van standpunten en het deelnemen aan discussies. Als het politieke debat de inburgering en het NT2 onderwijs raakt dan zal ik daar verslag van doen. Door de migratie van de blog zijn de reacties van lezers van oudere blogs met horten en stoten bijgewerkt door WordPress. Een voor een moet ik beoordelen of ze wel of geen spam zijn, dat kost even tijd, maar ze worden dus bijgewerkt.  Graag nodig ik lezers uit om in de toekomst ook weer te reageren op de blog.

De afgelopen jaren werkte ik vanuit het kantoor van de uitgeverij op de Utrechtse Heuvelrug en zo nu en dan waren we op een  beurs of werd ik uitgenodigd voor een docentendag van uitgeverij Boom of ging ik naar een studiedag van de  BVNT2 om een boek te promoten of om lezingen of een vergadering bij te wonen.  Maar het werk kon ik gewoon achter de computer  van de uitgeverij afhandelen. Na het ontslag heb ik bij de klanten van de webwinkel waar ik vroeger ook als taaltrainer voor heb gewerkt,  kenbaar gemaakt dat ik op zoek ben naar werk als taaltrainer  en om weer snel voeling te krijgen met het werkgebied heb ik e opgegeven voor een cursus.  Op  Linkedin las ik een aankondiging van de docententraining Nederlands op de Werkvloer (NodW)  met speciale aandacht voor MOE-landers en daar heb ik me meteen voor ingeschreven.  De cursus wordt verzorgd door het ITTA en  inmiddels heb ik twee van de drie dagdelen bijgewoond. De groep bestaat uit ongeveer twaalf Nt2-docenten en de meesten zijn ZZP-er.  We wor-den tijdens de cursus NodW getraind in het ontwikkelen en  samenstellen van een cursus die is toegesneden op een bepaald bedrijf  en er wordt vanuit gegaan dat je als docent ook zelf je cursus zult verkopen. Dat is wat mij betreft een nieuwe invalshoek tij-dens een docentencursus en het is een hele belangrijke want hoewel ik het in de praktijk al heb gedaan, is het over de streep halen van een potentiële klant voor je eigen product niet bepaald een tweede natuur voor taaltrainers. En nu de NT2- en inburgeringsmarkt onderhevig is aan marktwerking is aandacht voor het verkopen van je product van het allergrootste belang om als ZZP-er aan de bak te komen.

De klanten zijn bedrijven die anderstalige werknemers in dienst hebben en een scholings-budget tot hun beschikking hebben waarmee een cursus taalverwerving wordt ingekocht, of een communicatietraining en / of een coachingstraject  ten behoeve van  de anders-talige werknemer(s).  Een bedrijf doet dat niet alleen omdat er in de CAO een regeling is opgenomen maar ook omdat tevreden en goed opgeleide werknemers beter zijn voor de bedrijfsresultaten. Vanwege de open grenzen binnen Europa voor wonen en werken, komen mensen uit Oost-Europa hierheen.    Ze doen meestal eenvoudig werk dat maar matig betaalt.  Deze mede-Europeanen willen ook een toekomst voor zichzelf en hun gezin opbouwen en krijgen hier een kans.  In Nederland zoemt het rond dat het werk ook best door Nederlanders gedaan kan worden, maar ook las ik vorige week in de NRC een artikel over een hortensiakweker die best wel meer Nederlanders in dienst wilde hebben, maar die eenvoudigweg niet kon krijgen en dus overwegend Poolse werknemers in dienst had. Dat die anderstalige werknemers ook de mogelijkheid krijgen om Nederlands te leren,  en om in te burgeren (ze zijn het niet verplicht)  op de werkvloer,  is belangrijk voor alle betrokkenen. Betere taalvaardigheid betekent ook meer wederzijds begrip op diezelfde werkvloer. Wat het inventariseren van de noodzakelijke vaardigheden op de werkvloer erg interessant maakt is ook de zogenaamde Communities op practice. In een van de volgende blogs zal ik hier nader op in gaan maar hier alvast de definitie van Wenger.

‘Dit bevat alles wat gezegd wordt en wat verzwegen wordt; wat geëxpliciteerd wordt en wat verondersteld wordt. Het bevat de taal, middelen, documenten, beelden, symbolen, gedefinieerde rollen, gespecificeerde criteria, vastgestelde procedures, regelingen en overeenkomsten… alle impliciete relaties, stilzwijgende conventies, subtiele aanwijzingen, niet geëxpliciteerde vuistregels, herkenbare instituties, specifieke opvattingen en gevoeligheden … en gedeelde wereldbeelden. Het meeste hiervan blijft meestal onuitgesproken, maar het zijn onmisbare signalen van lidmaatschap in ‘communities of practice’ en ze zijn cruciaal voor het succes van een onderneming.’

Deze docententraining is een positief antwoord op het gegeven dat in Nederland veel mensen uit Midden en Oost-Europa werken die meestal  weinig Nederlands beheersen. Op dit moment is er iemand die zijn pijlen op hen gericht heeft.  Hij is erg ingenomen met zichzelf en nadat hij eerder andere groepen probeerde te stigmatiseren is er nu het meldpunt waar burgers desgewenst anoniem hun klachten over Midden en Oost-Europeanen kunnen neerleggen. Het woord overlast staat niet in de URL van dit digitale meldpunt maar de bovenste regels van de website toont langsflitsende negatieve krantenkoppen.  Ik zou lezers van m’n blog willen oproepen om het meldpunt van de PVV plat te mailen met positieve verhalen. Weet natuurlijk niet of ze bij de PVV zo beschaafd zijn om bij hun tellingen van reacties  de positieve van de negatieve te scheiden. Maar positief reageren kan in principe wel.

Omdat ik toch even wilde weten hoe het werkt heb ik de vragen van het meldpunt dus beantwoord.  In het verleden  heb ik Poolse au-pairs les gegeven, maar over hen niets dan goeds. Vrienden hebben hun huis laten verbouwen door een aannemer die Poolse bouwvakkers in dienst heeft en ook zij zijn zeer positief.  Terwijl ik antwoord gaf op de ja/nee vragen van het meldpunt kwam er in plaats van de gewraakte doelgroep een andere associatie bij me op,  namelijk mensen waar ik dagelijks mee te maken heb, m’n eigen autochtone buren of ‘erger’  nog hun bezoek. Want die parkeren regelmatig dichtbij mijn erfscheiding, of voor de deur, of scheef zodat ik ingewikkelde manoeuvres moet uithalen om schadevrij mijn oprit af te rijden. Die buren hebben net als ikzelf pubers gehad die vreselijke muziek door de ramen lieten schetteren waardoor ik me niet op mijn werk kon concentreren.  Ze hebben teveel katten die denken dat mijn tuin een kattenbak is.  Zelf heb ik een blaffende hond en geef ik tuin feestjes tot diep in de nacht zonder dat ik de hele buurt op tijd heb gewaarschuwd voor de mogelijke overlast. De buren bouwen ook wel eens te hoge muurtjes over de erfscheiding zonder vergunning, terwijl ik ze er nog op gewezen had dat het niet kan zonder mijn schriftelijke toestemming. Ben ik m’n baan kwijt geraakt?  Ja, dus. En waar kwam dat door? Omdat ik te duur ben voor het werk wat ik deed.  Dus iemand is daar schuldig aan, toch? Namelijk de lageropgeleide die dat werk ook kan doen voor minder. Dus hebt u overlast van buren, collega’s en andere medemensen? Meld het de PVV want die houden ons voor dat ze een toverstaf in handen hebben om dat soort sores mee weg te nemen.  En ik verwacht van de  PVV dat ze voor elke doelgroep wel een meldpunt voor  klaagzangers  starten. Want het moest maar een afgelopen zijn met het tolereren van elkaar.  Het  antwoord van het Poolse radiostation RFM is vrolijk en zegt waar het op staat. Stop de import van tulpen!  en  ”hun antwoord op xenofobie is humor,  aldus de radiozender, die een verbodsbord heeft geïntroduceerd, met een rode streep door een zwarte tulp.  De tekst ‘Tulipan, to lipa’ is een woordspel. Het betekent letterlijk ‘de tulp is een lindeboom’, maar tegelijkertijd ‘de tulp is nep’. (Trouw)

Het gaat er natuurlijk om dat we allemaal  een menswaardige samenleving  willen behouden en daaraan willen bijdragen en werken en onderwijs van het Nederlands aan anderstaligen is een mogelijk antwoord en  gelukkig zijn er nog veel meer! Wie vult de lijst aan?

Tot slot Woordjes,  een tekst van de Poolse nobelprijswinnares voor de literatuur Wisława Szymborska.

‘La Pologne? La Pologne? Is het het daar niet vreselijk koud? vroeg ze. Ze was zichtbaar opgelucht, want je hebt tegenwoordig zoveel van die landen, dat het maar het veiligste is om over het klimaat te praten.

‘O, mevrouw’, wil ik haar antwoorden, de dichters van mijn land schrijven met handschoenen aan. Ik wil niet zeggen dat ze die nooit uittrekken, maar dan moet de maan wel warmte geven. In strofen van louter oorverdovende kreten -omdat ze allee zo door het gebulder van de storm kunnen dringen – bezingen ze het eenvoudige bestaan van de zeehonderherders. Onze klassieke griffen met een ijspegel van inkt in aangestampte sneeuwhopen. De rest, de decadenten, wenen met sneeuwkristalletjes om hun lot. Wie zich wil verdrinken, heeft een bijl nodig om een wak te hakken. O, mevrouw, mijn beste mevrouw.’

Dat wil ik haar antwoorden. Maar ik ben vergeten wat zeehond in het Frans is. En van pegel en wak ben ik niet zeker.

‘La Pologne? La Pologne? Is het daar niet niet vreselijk koud?’

‘Pas du tout’ antwoord ik ijzig.

uit de bundel: Zout (1962) in  Einde en begin, vertaling  Gerard Rasch

 

De Kraai en oefentoetsen bij GBL.

Het  vernieuwde  inburgeringsexamen buitenland is sinds 1 april van kracht en nu wordt ter voorbereiding van het examen, ook het vernieuwde pakket Naar Nederland regelmatig besteld. Voor de beeldvorming geef ik hier een lijstje van meest populaire talen waarin het pakket Naar Nederland is besteld.  De top 3 wordt gevormd door het Arabisch, het Engels en het Frans gevolgd door het  Thai en het Indonesisch en tenslotte volgen Spaans en Portugees.    Wat nog niet werd besteld zijn pakketten voor mensen die Dari, Pashto en Urdu.  Voor Iraniërs  is er echter geen pakket met steuntaal Perzisch / Farsi maar weer wel als je moedertaal Dari is dat in het oosten van Iran wordt gesproken en in het westen van Afghanistan,   of voor het Koerdisch, een taal die gesproken wordt in de grensgebieden van Turkije, Syrie en Noord-Irak.   En er is een pakket voor Vietnamees sprekenden.

Welke keuzes en discussies er zijn gevoerd om voor sommige talen en dus bevolkingsgroepen wel een aangepast pakket te ontwikkelen en voor anderen niet daar had ik uit nieuwsgierigheid best bij willen zijn.  Zouden er geopolitieke motieven aan ten grondslag liggen?  Bij  het noemen van die talen dacht ik aan de oorlogsgebieden   die we dankzij televisiebeelden kennen. Het zijn landen zoals Vietnam, Iran en Irak, Afghanistan, Pakistan waar ik nog nooit ben geweest maar waar voor mij de beeldvorming samenvalt met  oorlog  en waarvan je je dus zonder veel moeite kunt voorstellen dat mensen daar niet willen blijven en geen goede toekomst zien voor hun kinderen.

Ik las enkele weken geleden  ’De Kraai’ van Kader Abdollah; het boekenweekgeschenk van 2011. Een prachtig boekje dat behalve literaire kwaliteiten ook een soort antwoord is aan mensen die zich afvragen waarom er eigenlijk asielzoekers zijn en vluchtelingen en  gelukzoekers uit landen waar de toekomst troosteloos is.

Het verhaal van de Iraanse vluchteling Refiq Foad, die eindeloos rondzwerft en eerst hoopt en gelooft in de verlossing van het communisme en tenslotte terecht komt in een klein en plat land waar de meeste vluchtelingen helemaal niet heen willen maar waar hij terecht komt omdat Nederland het goedkoopste land is waar de mensensmokkelaar uit  Istanbul hem heen kan brengen. De ik-persoon blijft  ondanks alles dromen ooit de bekendste schrijver te worden van Iran  en als dat niet realistisch meer blijkt te zijn danmaar van Nederland.

De Iraanse ik-persoon is makelaar in koffie en woont op de Lauriersgracht nr. 37 in Amsterdam. Daarmee pakt  Abdollah een draad op die verwijst  naar de Nederlandse literaire traditie  en die hij vakkundig weet te vervlechten met  de Iraanse  poetische traditie.   Abdollah  kiest ervoor om direct de confrontatie aan te gaan met de Nederlandse literatuur  en deze  naast de Perzische te leggen.  Hij kiest voor de Max Havelaar; het boek dat lange tijd controversieel was  en vertelt over het Nederlandse koloniale verleden dat nog volop overtuigd was van zijn culturele suprematie. En het feit dat  Abdollah in het Nederlands schrijft lijkt na de vele succesvolle titels van zijn hand, al lang normaal geworden.

Het moge duidelijk zijn dat ik buitengewoon enthousiast ben over De Kraai en ik heb in de afgelopen weken exemplaren verzameld en vervolgens cadeau gegeven aan een paar Iraanse asielzoeksters die in afwachting van hun procedure bezig zijn om Nederlands te leren. Ik wil er eigenlijk wel meer hebben want elke inburgeraar die De Kraai kan lezen kan dat beschouwen als een bewijs dat in het portfolio voor inburgering mag worden gestoken.  Kader Abdollah  was al een  rolmodel voor inburgering maar kan zich wat mij betreft  ook  voor integratie laten  beëdigen omdat hij de culturele overeenkomsten en verschillen benoemt en zijn steentje bijdraagt aan onze  literaire traditie en ik denk dat Multatuli er ook geen bezwaar tegen zou hebben gemaakt dat er verder geborduurd is op zijn boek door een Nederlander met een Iraanse inborst.

Terug naar een  bestseller van een heel ander genre namelijk  het pakket Naar Nederland  ter voorbereiding van het examen. Alles wat je nodig hebt,  zit in de doos: DVD’s, audio-cd’s, KNS-vragen een werkboek voor de taal,  de TIN-codes om te oefenen met de onderdelen TGN en GBL.

Extra oefenen voor de TGN kan met

Maar extra  oefenen met de GBL daarvoor is nog niets ontwikkeld. Wie heeft er iets in de maak en zoekt een uitgever voor het oefenpakket bij de toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen? Onze klanten vragen er regelmatig naar.  Neem contact met ons op  door een bericht te sturen naar: info@nederlandsalstweedetaal.nl.

 

U komt Naar Nederland na 1 april 2011 en u neemt mee …. (deel 2)

Er is een  spelletje dat leuk is om met een groep te doen en dat heet: Ik ga naar … bijvoorbeeld Florida en ik neem mee… . Iedereen mag om de beurt iets noemen dat hij in de koffer wil stoppen  en de volgende  persoon moet eerst de voorgaande voorwerpen opnoemen en dan zelf iets  toevoegen.  Als je je vergist met opsommen ben je af. Wie overblijft heeft natuurlijk gewonnen.

Het zelfstudie basispakket voor de inburgering Naar Nederland  zit in uw koffer  want dat hebt u nodig gehad ter voorbereiding van het basisexamen inburgering dat u moest afleggen  bij de Nederlandse ambassade in Bangkok (of in Peking, Cairo, Tunis of Manilla).  U moest examen afleggen om in aanmerking te komen voor de MVV.  U bent nu op Schiphol en  u bent dus  geslaagd!   Hartelijke gefeliciteerd en  welkom in Nederland.

U bent dus op Schiphol met de doos van het inburgeringspakket in uw koffer.  Ondanks de omvang hebt u het hele pakket toch meegenomen want je weet maar nooit. Het is het bewijs dat u hard gewerkt hebt voor uw examen.  Als u na  1 april 2011 examen hebt gedaan hebt u de nieuwe versie van het pakket gebruikt die ook voorbereidt voor de GBL en in die doos  zit:

- het fotoboek  voor het onderdeel KNS  met dezelfde 100 vragen van de vroegere versie van Naar Nederland.

- 2 DVD’s

  • 1 DVD met film  Naar  Nederland  over de Nederlandse samenleving.  Over de inhoud van de film krijgt u gedurende het examen geen vragen, maar de film is vooral informatief, het gaat over verschillende zaken zoals geschiedenis van Nederlands en over de Nederlandse samenleving. Wat u echt nuttig vond was om te zien hoe een TGN en GBL toets worden afgenomen bij de ambassade. Het inburgeringsexamen is uniek vanwege de manier waarop het wordt afgenomen: een medewerker van de ambassade stond u te woord en gaf u de instructies en  u dacht eerst dat hij de examinator was. U  kreeg een koptelefoon op en moest via een telefoonlijn tegen een computer praten. De computer heeft alles wat u zei opgeslagen en de beoordeling heeft ergens in Nederland plaatsgevonden.
  • 1 DVD met een digitaal oefenprogramma

-  het werkboek waarmee u zich hebt voorbereid op de GBL en TGN.  Het werkboek traint luister- en leesvaardigheid en passieve spreekvaardigheid en  besteedt de eerste 20 lessen aan alfabetisering en aan de  klanken van het Nederlands.  Het  werkboek ziet er mooi uit en is uitsluitend gericht op  het aanleren van de passieve vaardigheden:  luisteren, lezen, nazeggen en  begrijpen waarbij u moet kiezen tussen twee antwoorden en het goede antwoord herhalen.  Bij het werkboek zitten woordenlijsten  in 16 talen en daarom kon u elk woord opzoeken en leren. Dankzij die woordenlijsten hebt u veel Nederlandse woorden geleerd.

-  7 audio-cd’s:

  • 1 audio-cd met de 100 vragen  (in het Nederlands) bij het fotoboek,
  • 4 audio-cd’s  met de luisterteksten (in het Nederlands)  bij het werkboek,
  • 2 audio cd’s  met de woorden uit het werkboek (in het Nederlands en in uw eigen taal)

- een handleiding met de uitleg van het examen in uw eigen taal en in het Nederlands

Wat u in uw land hebt achtergelaten zijn de 2 maal 2 tin-codes die u had gekregen bij het pakket  Naar Nederland  en waarmee u telefonisch hebt  ingelogd naar de computer om de proefexamens van GBL en TGN te doen.   Toen u de tin-codes had gebruikt hebt u ze weggegooid. Dat was de allerlaatste stap van de voorbereiding van het examen.  U had voldoende goede antwoorden gegeven tegen de sprakeloze telefoon en hebt u toen zo snel mogelijk ingeschreven voor het echte examen bij de ambassade.

Wat u mistte in uw pakket was een  basisgrammatica van het Nederlands.  Het blijkt namelijk verdraaid lastig om een taal te leren begrijpen zonder  handige kapstokjes. Hier volgen een paar handige boekjes.

Als  onthouden van de onderdelen van het pakket  en het leren van de inhoud noodzaak is, dan kunt u het direct bekijken en bestellen.  Hier vindt u alle beschikbare talen.

U komt Naar Nederland na 1-04-11 (deel 1)

De afgelopen jaren heb ik nog al eens gefulmineerd tegen het basisexamen inburgering buitenland. Samengevat komt het erop neer dat aan de hand van de  TGN luistervaardigheid wordt beoordeeld  op het niet bestaande niveau A1-min en dat de  zinnetjes en vragen van de toets  zonder  context zijn.   

Per 1 april 2011 wordt er ook Begrijpend Lezen en Geletterdheid getoetst en worden TGN en BGL op  niveau  A1 afgenomen.   A1 is een niveau dat is vastgelegd in het Raamwerk NT2. Hier kunt u lezen wat er dan voor luister- en leesvaardigheid eigenlijk zou worden verlangd.

Volgens de matrix voor zelfevaluatie van het Raamwerk NT2 moet de anderstalige voor luistervaardigheid "vertrouwde woorden en basiszinnen kunnen begrijpen die hemzelf, zijn familie en directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken. HIj / Zij moet instructies begrijpen die zorgvuldig en langzaam aan hem/haar gericht zijn en hij kan korte, eenvoudige aanwijzingen opvolgen." 

Voor Leesvaardigheid kan de anderstalige "vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi. Meer specifiek moet  de anderstalige correspondentie kunnen lezen zoals eenvoudige berichten op een ansichtkaart. Hij moet  oriënterend kunnen lezen, namelijk bekende  namen, woorden en simpele standaardzinnetjes herkennen in eenvoudige mededelingen in de meest voorkomende alledaagse situaties. Hij  moet kunnen lezen om informatie op te doen en zich een idee vormen van de inhoud van eenvoudige informatieve materialen en korte eenvoudige beschrijvingen, vooral als er visuele ondersteuning bij is. Hij moet  Instructies kunnen  lezen en opvolgen van   korte, eenvoudig geschreven aanwijzingen." 

Als niveau A1 de basis is waarop de  TGN en BGN zijn gemaakt dan zou wat ik hier heb geknipt en geplakt uit het Raamwerk NT2 het theoretische kader moeten zijn.  MOETEN ZIJN want  in de praktijk is de TGN nog steeds dezelfde toets die niets te maken heeft met de genoemde discreptoren en  is alleen de cesuur opgehoogd. De makers zullen zich wel verschuilen achter argumenten als dat de toetsen  telefonisch in het land van herkomst van de MVV-aanvrager moet worden afgenomen.  Naar mijn mening worden de niveaubepalingen  van het Raamwerk oneigenlijk  gebruikt.  Het is eeuwig zonde dat we zijn blijven zitten met een TGN-gedrocht dat inmiddels ook nog eens een GBL gedrochtje heeft gebaard.  

 

 

Het Inburgeringsexamen buitenland op 1 april 2011 naar niveau A1 (ERK/CEFR)

Het niveau van het inburgeringsexamen buitenland gaat per 1 april voor het onderdeel TGN omhoog  naar A1, las ik op de website van de overheid. 

Inburgeraars die voor 1 april 2011 het examen willen afleggen, maken haast en er is ook een duidelijke toename te zien van het aantal studiesets inburgeringsexamen buitenland dat over de toonbank gaat.

Op de verschillende nieuwsgroepen op Linkedin die zich richten op inburgering zijn discussies gaande over het examen. Roos Friesland werpt binnen de  groep Inburgering, integratie en participatie de vraag op:  ‘Wanneer is een nieuwe Nederlander ingeburgerd’?  Een vraag die zich leent voor een brede maatschappelijke discussie waar Nederlanders  het komende decennium nog een hele kluif aan kunnen hebben.  Maar hopelijk komt er dan ook niet een   'canon voor inburgering'   uit voort of een of ander kant-en-klaar antwoord. Een bewustwordingsproces over wat inburgering inhoudt en hoe het nou zit met de nationale identiteit, dat lijkt me interessant en nuttig. 

Het examen  wordt dus verzwaard en er komt een  toets Geletterdheid en Begrijpend lezen bij, kortweg de GBL. Deze toets zal via de computer en  door middel van spraakherkenning worden afgenomen en ook dit onderdeel zal waarschijnlijk de pretentie hebben dat de geëxamineerde inburgeraar op A1 niveau wordt getoetst voor lees- en schrijfvaardigheid.

De  verzwaring van het buitenland examen had een goede gelegenheid kunnen zijn om de TGN ook in overeenstemming te brengen met de echte taalvaardigheidsniveaus van het  ERK. Als alleen de cesuur omhoog gaat dan blijft het een pretentieus gedrocht, en daarover heb ik in eerdere weblogs ook al geschreven.  Het is een illusie om te denken dat inburgeraars  die de TGN hebben afgelegd   luister- en spreekvaardigheid op A1 niveau beheersen.

Inmiddels  is er ruim drie jaar ervaring opgedaan met het examen,  de slagingspercentages zijn bekend en er zal toch ook wel  bekend zijn welk percentage  inburgeraars  aanwezig is op de arbeidsmarkt?  Wat ik eigenlijk ook wil weten is wat de inburgeraars zelf na afloop  vinden van de inburgeringstrajecten. Sluiten ze aan bij het dagelijks leven, heeft het allemaal bijgedragen tot betere inburgering?   Wellicht dat er na de brede maatschappelijk discussie ook criteria kunnen worden opgesteld om de graad van integratie en participatie van inburgeraars mee te meten.

De TGN bestaat nu uit: 

- twee onderdelen zinnen nazeggen die op geen enkele manier  in overeenstemming zijn met de ERK /CEFR descriptoren voor luister- en spreekvaardigheid voor niveau A1;

- luisteren naar een vraag en antwoord geven met goed, fout of  ja of nee.  Dat vereist al iets meer taalvaardigheid (luisteren) en in ieder geval begrip en enige spreekvaardigheid en past binnen de ERK niveaus voor A1; 

- tegenstellingen geven.  In de praktijk zal de inburgeraar een oneindige lijst van woorden zonder context uit het hoofd leren. Als de lijst maar lang genoeg is dan gaat de inburgeraar  aan het einde van het leerproces vanzelf in zwart – witbeelden  praten en zal hij zelfs denken dat dit de enige manier is waarop Nederlanders de werkelijkheid verwoorden.   Als de inburgeraar nog  grijstinten waarneemt dan kan hij dat op A1 niveau onmogelijk zeggen omdat hij   in tegenstellingen heeft leren praten. Kleurschakeringen zien hoort niet bij het A1-niveau!  

De KNS toets bestaat uit:

- honderd  vragen bij een fotoboek.   Die vragen zijn ook te vinden op verschillende websites (zie onderstaande links). Als we inburgeraars  willen leren dat Nederland een land is waar mensen  ondanks verschillende religieuze en etnische achtergronden, meningen, seksuele geaardheid enz. in verscheidenheid goed met elkaar goed kunnen samenleven dan is een  inburgeringscanon geen oplossing net zo min als het denken in tegenstellingen en antwoord is. 

Bij het lezen van de vragen bekruipt me elke keer de lust om de vragen uit te vergroten en op te pimpen. Misschien wil de de organisatie tot het behoud van het nietszeggende  inburgeringsexamen zich eens buigen over mijn voorstel om  de TGN te laten samensmelten met de KNS toets.  Het sterkste  punt van deze test is  dat de tegenstellingen dan in context worden geplaatst  en daarom al een hoger cognitief niveau vereisen. Mocht u een onbedwingbare glimlach rond te lippen verschijnen bij lezing, dan moet ik me daarvoor bij voorbaat excuseren want dat is allerminst mijn bedoeling. 

Hier alvast een aantal  voorbeeldvragen van de nieuwe toets.  

Kies steeds a of b.

1 In welk deel van Europa ligt Nederland?

    a.In het rijke westen?

    b.In het arme oosten? 

Een goed antwoord  levert  de kandidaat 2  punten op omdat hij de tegenstellingen oosten – westen en arm – rijk heeft begrepen.

2 Welk land is kleiner, Nederland of Marokko?

    a.Nederland

    b.Marokko

Alle kandidaten,  behalve Marokkanen,  krijgen bij het correcte antwoord dubbele punten omdat zij impliciet begrepen hebben dat er betrekkingen zijn tussen Nederland en Marokko. De vraag naar wat  voor soort betrekkingen  er zijn tussen Nederland en Marokko komt pas in het tweede gedeelte van het examen op A2-niveau aan bod.

3 Welk land is groter, Nederland of Turkije?

    a.Nederland

    b.Turkije

Hiervoor geldt  hetzelfde als bij de vorige vraag.  Alle bevolkingsgroepen, inclusief  Koerden en Armenen krijgen dubbele punten.  Turken kunnen NOOIT meer  dan 1 punt scoren als zij het antwoord weten. 

4 Waar denkt u aan als u het woord Nederland hoort?

    a Nederigheid

    b Nederzetting 

Het goede antwoord is zonder meer Nederigheid.  Wie denkt dat Nederland een nederzetting is,  moet terug naar het land van herkomst. 

5 Wat is dit? 

Wapen van zeeland
 

 

    a. Een leeuw die watertrapt voor zijn A-diploma. 

    b. Een leeuw die zo zal verdrinken omdat hij geen zwemdiploma heeft.

 Het goede antwoord is a.  want deze leeuw is zo verstandig om een zwemdiploma te halen. 

 

6     Wat betekent LUCTOR et EMERGO?

    a.  Dat heeft iets te maken met die leeuw van vraag 5.

    b.  Dat heeft iets te maken met een taal die hier al lang niet meer wordt onderwezen op school.

Dit is de enige vraag waarbij beide antwoorden goed zijn, omdat de vragenstellers ook  niet precies meer wisten in welke context ze dit moeten plaatsen. Ze hadden de weerklank van de canon gehoord maar wisten niet waar het geluid vandaan kwam. 

 

7 Hardlopers zijn ……….. . Geef de tegenstellingen en verklaar de uitdrukking.

    a.  Hardlopers  zijn doodlopers  want die mensen doen erg hun best om vooraan te staan en dat komt je  in Nederland duur te staan. 

    b.  Hardlopers zijn zachte eieren.  Dat betekent dat je niets waard bent als je hardloopt.

a is goed want hardlopers zijn binnen de Nederlandse grenzen niet welkom, iedereen dient zich aan de maximumsnelheid te houden, dat is wel zo veilig.  

 

8 In Nederland wonen daar veel mensen of weinig?

    a. Veel mensen.

    b. Weinig mensen.

Het goede antwoord is natuurlijk a. want de inburgeraar die er een eigen referentiekader op na houdt en bijvoorbeeld uit China komt waar de stad Shanghai alleen al 19 miljoen mensen telt, kan zich onvoldoende inleven in het Nederlandse VOL is VOL gevoel.

 

9  Waar ligt de grootste zeehaven?

    a In Rotterdam

    b buiten Antwerpen

Het verkeerde antwoord leidt tot een minnetje op de verblijfsvergunning.  

 

10   Wie helpt u als u in Nederland aankomt en waarom? 

    a. Uw partner, want die betaalt alles.

    b. De mensensmokkelaar want die is gratis.

a. is goed en behoeft geen verklaring want hierover hoeft zelfs de inburgeraar niet na te denken.

 

11  In Nederland, zijn de wegen daar rustig of druk.

    a. Rustig.

    b. Druk.

Het goede antwoord is druk. Inburgeraars die nooit in de Randstad zijn geweest,  zullen wellicht denken dat ze voor de gek zijn gehouden. Hadden ze maar beter moeten opletten bij vraag 8. 

 

12     Wat is typisch Nederlands in het verkeer?

    a.  Fietsen.

    b.  Bordjes bij de invoegstrook van de snelweg waaop staat ‘Hier ritsen’  

    a. Is goed. 

 

13      Leven Nederlanders veel binnen of buiten?

    a. Binnen.

    b. Buiten.

Buiten is fout want de uitzonderingen bevestigen de regel.  Alle wandelaars, mountainbikers, fietsers, trimmers, joggers, zeilers, en andere buitensporters die vooral gedurende het weekend in de stad en op het platte land in touw zijn en  die hun vrije tijd buiten rondbrengen, zijn niet een fenomeen dat een gewone  inburgeraar kan zijn opgevallen. Dus het goede antwoord is a. Daarbij is het buiten altijd  slecht weer dus hebben gewone Nederlanders buiten niets te zoeken.

 

14     Door welk land is Nederland bezet tijdens de Tweede Wereldoorlog?

    a Door een buurland.

    b Door het buitenland.

 

15     Was de koning van Spanje protestant of katholiek?

Het goede antwoord is katholiek.  De inburgeraar die het hier waagt om fout te gokken, moet het bezuren met  een degelijke protestantse preek gegeven door de moraalridder van dienst. Het zal als bijlage aan de verblijfsvergunning worden geniet na betaling van gemeenteleges ad  € 135,66   en de inburgeraar wordt geacht om de eerste tien  jaar van zijn verblijf dit document altijd bij zich te dragen en voor te lezen aan het bevoegd gezag zodra hij hiertoe wordt gesommeerd. Dit kan bijvoorbeeld zijn als hij fietst zonder licht, of claxonneert voor een stoplicht waar een invalidewagentje niet vooruit te branden is. 

 

 

16 Waarom is Anne Frank beroemd?

    a Zij schreef een dagboek.

    b Zij was joods.

Dit laatste antwoord correspondeert niet met de bedoeling van de vraag.    

De inburgeraar krijgt in het echte examen bij de meeste van de bovengenoemde vragen  alleen een keuze als het de bedoeling is dat hij de tegenstelling begrijpt.   Er is maar een mogelijk antwoord en bij de meeste vragen is het antwoord leren uit het  hoofd de enige werkbare strategie. Vragen zijn voornamelijk triviaal.  Is het niet treurig dat we mensen stimuleren om een inburgeringsexamen af te leggen maar dat het examen hen eigenlijk niet als serieuze inburgerkandidaat beschouwt?  Mensen die inburgeren worden op termijn toch gewone burgers?  Geef ze die kans dan ook. 

De 100 vragen zonder het fotoboekje. Op dezelfde pagina zijn alle vragen met de foto’s te downloaden. 

Online oefenen met dezelfde vragen kan bij Talent voor Taal.

 

 

Nieuwe ronde nieuwe kansen, toch?

Het niveau van het inburgeringsexamen buitenland gaat per 1 april omhoog  naar A1 voor de TGN, las ik op de website van Naar Nederland. 

Inburgeraars die voor 1 april 2011 het examen willen afleggen, maken haast en er is ook een duidelijke toename te zien van het aantal studiesets inburgeringsexamen buitenland dat over de toonbank gaat.

Op de verschillende nieuwsgroepen op Linkedin die zich richten op inburgering zijn discussies gaande over het examen. Roos Friesland werpt binnen de  groep Inburgering, integratie en participatie de vraag op:  ‘Wanneer is een nieuwe Nederlander ingeburgerd’?  Een vraag die zich leent voor een brede maatschappelijke discussie waar Nederlanders  het komende decennium nog een hele kluif aan kunnen hebben.  Hopelijk komt er dan niet een of andere canon uit voort, want daar zie ik nou weer niks in. 

Het examen  wordt dus verzwaard en er komt een  toets Geletterdheid en Begrijpend lezen bij, kortweg de GBL. Deze toets zal via de computer en  door middel van spraakherkenning worden afgenomen en ook dit onderdeel zal waarschijnlijk de pretentie hebben dat de geëxamineerde inburgeraar op A1 niveau wordt getoetst voor lees- en schrijfvaardigheid.

De  verzwaring van het buitenland examen had een goede gelegenheid kunnen zijn om de TGN ook in overeenstemming te brengen met de echte taalvaardigheidsniveaus van het  ERK. Als alleen de cesuur omhoog gaat dan blijft het een pretentieus gedrocht, en daarover heb ik in eerdere weblogs ook al geschreven.  Het is een illusie om te denken dat inburgeraars  die de TGN hebben afgelegd   luister- en spreekvaardigheid op A1 niveau beheersen.

Inmiddels  is er ruim drie jaar ervaring opgedaan met het examen,  de slagingspercentages zijn bekend en er zal tenminste  bekend zijn welk percentage van deze  inburgeraars  aanwezig is op de arbeidsmarkt?  Wat mij ook zou interesseren is om te weten wat inburgeraars na afloop zelf vinden van de inburgeringstrajecten, sluiten ze aan bij het dagelijks leven, heeft het allemaal bijgedragen tot betere inburgering?   Wellicht dat er na de brede maatschappelijk discussie ook criteria kunnen worden ontwikkeld om de graad van integratie en participatie van inburgeraars mee te meten.

De TGN bestaat nu uit: 

- twee onderdelen zinnen nazeggen dat op geen enkele manier  in overeenstemming is met de ERK /CEFR descriptoren voor luister- en spreekvaardigheid voor niveau A1. 

- luisteren naar een vraag en antwoord geven met goed, fout of  ja of nee.  Dat vereist al iets meer taalvaardigheid (luisteren) en in ieder geval begrip en past al beter bij de pretenties van het inburgeringsexamen. 

- tegenstellingen geven.  In de praktijk zal de inburgeraar een oneindige lijst van woorden zonder context uit het hoofd leren. Als de lijst maar lang genoeg is dan gaat de inburgeraar  aan het einde van het leerproces vanzelf in zwart – witbeelden  praten en zal hij zelfs denken dat dit de enige manier is waarop Nederlanders de werkelijkheid verwoorden.   Als de inburgeraar nog  grijstinten waarneemt dan kan hij dat op A1 niveau onmogelijk zeggen omdat hij   in tegenstellingen heeft leren praten. Kleurschakeringen zien hoort niet bij A1-niveau dus tel maar uit je winst! 

De KNS toets bestaat uit: honderd  vragen bij een fotoboek .   Die vragen kun je ook terugvinden op verschillende websites (zie onderstaande links). Als we inburgeraars  willen leren dat Nederland een land is waar mensen  ondanks verschillende religieuze achtergrond, meningen,  afkomst, etnische achtergrond, seksuele voorkeuren enz. in verscheidenheid goed met elkaar kunnen samenleven dan is een  inburgeringscanon geen oplossing net zo min als het denken in tegenstellingen en oplossing is. 

Elke keer bij het lezen van de vragen bekruipt me de lust om de vragen uit te vergroten en misschien wil de de organisatie tot het behoud van het nietszeggende  inburgeringsexamen zich eens buigen over mijn voorstel om  de TGN te laten opgaan in de KNS toets.  Het sterkste  punt van deze test wordt dat de vragen in context worden gesteld en daarom al een hoger cognitief niveau vereisen dan de huidige TGN. Als de vragen grappig mochten overkomen, dan moet ik daarvoor mijn welgemeende excuses aanbieden. 

Hier alvast een aantal  voorbeeldvragen die direct zijn afgeleid van de bestaande KNS.  

Kies steeds a of b.

1 In welk deel van Europa ligt Nederland?

    a.In het rijke westen?

    b.In het arme oosten? 

Een goed antwoord  levert  de kandidaat 2  punten op omdat hij de tegenstellingen oosten – westen en arm – rijk heeft begrepen.

2 Welk land is kleiner, Nederland of Marokko?

    a.Nederland

    b.Marokko

Alle kandidaten,  behalve Marokkanen,  krijgen bij het correcte antwoord dubbele punten omdat zij impliciet begrepen hebben dat er betrekkingen zijn tussen Nederland en Marokko. De vraag naar wat  voor soort betrekkingen  er zijn tussen Nederland en Marokko komt pas in het tweede gedeelte van het examen op A2-niveau aan bod.

3 Welk land is groter, Nederland of Turkije?

    a.Nederland

    b.Turkije

Hiervoor geldt  hetzelfde als bij de vorige vraag.  Alle bevolkingsgroepen, inclusief  Koerden en Armenen krijgen dubbele punten.  Turken kunnen NOOIT meer  dan 1 punt scoren als zij het antwoord weten. 

4 Waar denkt u aan als u het woord Nederland hoort?

    a Nederigheid

    b Nederzetting 

Het goede antwoord is zonder meer Nederigheid.  Wie denkt dat Nederland een nederzetting is,  moet terug naar het land van herkomst. 

5 Wat is dit? 

Wapenzeeland

 

    a. een leeuw die watertrapt voor zijn A-diploma 

    b. een leeuw die zo zal verdrinken omdat hij geen zwemdiploma heeft

 

Het goede antwoord is a.  want deze leeuw is zo verstandig om een zwemdiploma te halen. 

6 Wat betekent LUCTOR et EMERGO

    a.  Dat heeft iets te maken met die leeuw van vraag 5

    b.  Dat heeft iets te maken met een taal die hier al lang niet meer wordt onderwezen op school.

Dit is de enige vraag waarbij beide antwoorden goed zijn, omdat de vragenstellers ook  niet precies meer wisten in welke context ze dit moeten plaatsen. Ze hadden de weerklank van de canon gehoord maar wisten niet waar het geluid vandaan kwam. 

7 Hoogvliegers zijn doodvliegers. Geef de tegenstellingen en verklaar de uitdrukking.

    a.  Laagvliegers zijn vogels.

    b.  Laagvliegers zijn mensen.

Hoogvliegers zijn binnen de grenzen van het Nederlandse luchtruim  doodvliegers en dat geldt dus ook voor inburgeraars.  

8 In Nederland wonen daar veel mensen of weinig?

    a. veel mensen

    b.  weinig mensen

Het goede antwoord is natuurlijk a. want de inburgeraar die er een eigen referentiekader op na houdt en bijvoorbeeld uit China komt waar de stad Shanghai alleen al 19 miljoen mensen telt, kan zich onvoldoende inleven in het Nederlandse VOL is VOL gevoel.

9  Waar ligt de grootste zeehaven?

    a In Rotterdam

    b buiten Antwerpen

Het verkeerde antwoord leidt tot een minnetje op de verblijfsvergunning.  

10   Wie helpt u als u in Nederland aankomt?

    a. uw partner, want die is betaalt alles.

    b.  de mensensmokkelaar want die is gratis.

behoeft geen verklaring want hierover hoeft zelfs de inburgeraar niet na te denken.

11  In Nederland, zijn de wegen daar rustig of druk.

    a. rustig

    b.  druk

Het goede antwoord is druk. Inburgeraars die nooit in de Randstad zijn geweest,  zullen wellicht denken dat ze voor de gek zijn gehouden. 

12     Wat is typisch Nederlands in het verkeer?

    a.  fietsen

    b.  bordjes bij de invoegstrook van de snelweg waaop staat ‘Hier ritsen’  

a. is goed 

 

13      Leven Nederlanders veel binnen of buiten?

    a. binnen

    b.  buiten

 

Buiten is fout want de uitzonderingen bevestigen de regel.  Alle wandelaars, mountainbikers, fietsers, trimmers, joggers, zeilers, en andere buitensporters die vooral gedurende het weekend in de stad en op het platte land in touw zijn en  die hun vrije tijd in de buitenlucht doorbrengen, zijn niet een fenomeen dat een inburgeraar kan zijn opgevallen. Dus het antwoord is binnen, daarbij is het buiten altijd  slecht weer. 

14     Door welk land is Nederland bezet tijdens de Tweede Wereldoorlog?

    a door een buurland

    b door het buitenland

12 Was de koning van Spanje protestant of katholiek?

Het goede antwoord is katholiek.  De inburgeraar die het hier waagt om fout te gokken, moet het bezuren met  een degelijke protestantse preek gegeven door de moraalridder van dienst. Het zal als bijlage aan de verblijfsvergunning worden geniet na betaling van gemeenteleges ad  € 135,66   en de inburgeraar wordt geacht om de eerste tien  jaar van zijn verblijf dit document altijd bij zich te dragen en voor te lezen aan het bevoegd gezag zodra hij hiertoe wordt gesommeerd. Dit kan bijvoorbeeld zijn als hij fietst zonder licht, of claxonneert voor een stoplicht waar een invalidewagentje niet vooruit te branden is. 

13 Waarom is Anne Frank beroemd?

    a zij schreef een dagboek

    b zij was joods

Dit laatste antwoord is niet wat er wordt bedoeld met er werd bedoeld met de vraag.    

De inburgeraar krijgt in het huidige examen bij de meeste van de bovengenoemde vragen  alleen een keuze als het gaat om een tegenstelling.   Er is meestal maar een mogelijk antwoord en eigenlijk kan je alleen maar slagen als je de vragen uit je hoofd leert dus  als een kip zonder kop tot je neemt. 

Is het niet treurig dat we mensen uitnodigen om een inburgeringsexamen af te leggen maar ze daarbij  behandelen alsof ze geen zelfstandig denkvermogen bezitten?  Mensen die inburgeren worden op termijn toch gewone burgers? Geef ze die kans dan ook. 

 

De 100 vragen zonder het fotoboekje. Op dezelfde pagina zijn alle vragen met de foto’s te downloaden. 

Online oefenen met dezelfde vragen kan bij Talent voor Taal.

 

 

 

 

 

 

Zakelijke belangen op afstand houden.

Op de website van de overheid las ik het onderstaande bericht: 

Minister Leers heeft, net als alle andere bewindspersonen, zijn zakelijke belangen op afstand gezet in verband met zijn aantreden als bewindspersoon. Het gaat om een vordering in verband met een niet geleverd vakantiehuis en de afwikkeling van een management bv. 

Bij het lezen dacht ik in eerste instantie aan de boodschap van de zin en vervolgens vroeg ik me af wat het niveau van  dit typische staaltje van schrijftaal is.  Ik schat het  in op C1+ van het Europees Referentie Kader / ERK / CEFR.  

Intussen is het roer  van het veel te zwaar beladen schip dat Nederland heet,  overgenomen door een nieuw kabinet.  De lading bestaat uit een behoorlijke schuldenlast en ruim 16 miljoen mensen. 

De nieuwe bewindspersonen  zijn bezig om zich na een ellenlange formatie te settelen en hun  plek in het politieke spectrum te veroveren.  Intussen kijken de burgers toe, dankzij de dagelijkse stroom aan nieuwsberichten,  hoe er steeds weer nieuwe onthullingen worden gedaan met betrekking tot handel en wandel van de nieuwste lichting bewindslieden. 

De regels zijn duidelijk: bewindslieden, zij die het land regeren,  klussen niet bij en als ze in het verleden hun BVtje spekten met extra bijverdiensten uit commissariaten of als ze werkzaam waren als  lobbyist dan moeten ze dergelijke klusjes sinds 1 maart 2010 melden  en uitstellen totdat ze uitgeregeerd zijn. 

De bruidsschat van de nieuwe bewindspersoon bestaat uit een transparant verleden dat bij voorkeur  onbezoedeld is. Zijn er zaken die schuren dan kom je daarmee voor de draad en valt dat nog binnen de grenzen van het betamelijke. Minister Leers deed in het verleden iets met onroerend goed aan de Bulgaarse kust en hoewel deze zaak al boven water kwam toen Leers nog burgemeester van Maastricht was, blijkt uit een nieuwsbericht op de webpagina van de Rijksoverheid dat Leers afstand heeft genomen van zijn activiteiten. Daarmee is de kous af.

Toch had nog  niet iedereen in het nieuwe kabinet van zowel bewindslieden als gedoogden, het bovenstaande direct goed begrepen.  De meest eclatante verhalen buiten beschouwing latend,  bleek afgelopen week  dat Minister Hillen van Defensie  was  vergeten dat hij sinds juni 2008 advieswerk deed voor de BAT (Britisch American Tabacco) en dat hij als senator financieel werd gesteund door de tabakslobby die de toenmalige staatssecretaris en partijgenoot Ab Klink  juist buiten de deur probeerde te houden. 

Hillen had klaarblijkelijk niet  begrepen wat het betekent: “Zakelijke belangen op afstand zetten”. Want  hoe doe je dat eigenlijk?  Hillen is het vergeten te melden en zal zelf het gevoel hebben gehad dat hij de zaak daarmee op afstand hield.   Niemand weet natuurlijk precies wat de afstand is die je in acht moet nemen. Is het niet tijd om iets te doen aan het wollige taalgebruik van de overheid dat ook voor de betrokkenen lastig is om te interpreteren? 

Dus vereenvoudig alle teksten naar niveau A2 en begin de zinnen  bij voorkeur  met een gebiedende wijs. U zult geen BV hebben! Een bewindspersoon mag geen lobbyist zijn. Ik denk dat er vooral binnen de Partij der Gedoogden  veel steun te vinden is voor dit soort heldere taal. 

Of laat alle bewindspersonen voordat ze aantreden  een assessment doen voor lezen en luisteren op niveau  C1/C2-niveau . Er zijn in Nederland tienduizenden die zo'n toets  kunnen en willen afnemen.  

 

Nu zijn de rapen gaar!

Wat rapen zijn?  Rapen zijn tegenwoordig geen populair bestanddeel van de maaltijd meer.  We eten liever pasta, rijst, couscous of zelfs aardappels als zetmeel in plaats van knolraap. Volgens de uitdrukking werden ze dus niet rauw maar gaar  gegeten. Ik geloof niet dat ik de smaak van knolraap ken, maar in de biologische groentepakketten komen ze nog voor.

Knolraap-en-koolraap
Knolraap-en-koolraap

Nu zijn de rapen gaar betekent: nu zullen we het hebben.  Dit wordt gezegd op een kritiek moment, meestal als er ruzie of tumult dreigt.

Aan deze uitdrukking moest ik denken  bij het horen van het politieke nieuws deze week.  Hoe zal het gaan met de inburgering in Nederland onder het nieuwe kabinet?  Surfend op internet zag ik dat de gemeente Den Haag de inburgering serieus neemt.  Juist de gemeente die het politieke hart van het land is.  Hoe zal dat in de toekomst gaan?  We zullen het wel zien: de tijd zal het leren.

Sinds enkele weken assisteer ik bij een cursus Nederlands ten behoeve van asielzoekers bij mij in de buurt. Het is een vrijwilligersproject van een van de lokale kerken met als doel om de mensen die in het nabij gelegen AZC wonen de mogelijkheid te bieden om Nederlands te leren en kennis te maken met Nederland en Nederlanders terwijl ze wachten op een status. De organisatoren hebben er bewust voor gekozen om de cursus niet in het AZC te laten plaatsvinden maar in een lichte, vrolijke ruimte naast de kerk, midden in het dorp.

Op de Utrechtse Heuvelrug is het AZC gevestigd in het gebouw dat  vroeger het revalidatiecentrum de Hooghstraat was. Het gebouw dateert uit de tijd dat men het beter  vond dat zieken herstelden omgeven door de rust van een bos.  De cursisten worden dankzij de taalcursus gestimuleerd om er eens uit te gaan. Velen komen op de fiets naar het dorp. Veel jonge dertigers uit Iran die hoger opgeleid zijn, volgen vol enthousiasme deze lessen.  Hun motivatie om Nederlands te leren is groot.

Ter voorbereiding van de inburgeringscursus stuitte ik een serie grappige YOUTUBE filmpjes van stand-up comedian Philip Walkate.  Om de lol ervan in te zien moet je wel goed  Nederlands en Engels beheersen dus voor de inburgeringscursus zelf is het niet  geschikt, maar als je eenmaal zover bent dat je hier om kunt lachen dan ben je wel ingeburgerd!

DE INBURGERINGSCURSE – Philip Walkate

 

Deel 2 van de Inburgeringscurs

 


 
Deel 1 van de 3-delige Engelstalige cursus over inburgeren in Nederland. Cursusleider is Kees van Sliedrecht (Case from Sliedrecht). Over de household rules van de cursus, de lunch met choice between an apple or a sinus apple en uitleg over bittergarnituur. (Bitter balls and little flames).

 

Zwart – wit denken

Gisteren heb ik op internet een voorbeeld inburgeringsexamen gedaan.    Omdat ik vaak de vraag krijg hoe je het examen het beste kan  voorbereiden, en VanDorp Educatief uitgever is van NT2 en inburgeringsmateriaal, houdt de inhoud van het examen me nog steeds bezig.   Ik heb een voorbeeld van een Toets Gesproken Nederlands / TGN,  een KNS (Kennis van de Nederlandse Samenleving) en een EPE (Electronisch Praktijk Examen) gemaakt.  

Examens als zodanig geven een soort canon aan, ze zijn representatief want   als je voldoende goede antwoorden hebt, ben je dus ingeburgerd.  Over enkele maanden wordt het examen verzwaard met een onderdeel leesvaardigheid en schrijfvaardigheid. Dat houdt in dat Nederland   analfabeten aan de poort gaat selecteren. Wat ik vurig hoop is dat het examen in zijn geheel wordt gereviseerd zodat de onderdelen een  samenhangend geheel worden.  

Voor wie niet thuis is in TGN, KNS en EPE volgen hier wat voorbeelden van vragen per onderdeel.

TGN onderdeel zinnen nazeggen:

1 – Niets is zeker.

2 – Je moet iedere dag twee ons groente eten.

3 – Papegaaien kunnen dingen nazeggen.

4 – Kun je in de zee zwemmen of hardlopen.

5 – Als je te dik bent moet je afvallen.

TGN onderdeel vragen beantwoorden: 

6 – Is gras blauw of groen?

7 – Komt een Griek uit Europa?

8 – Moet je een rotonde links of rechtsom omrijden?

9 – Gebruik je om een schilderij te maken verf of een potlood?

10 – Is een vaas voor bloemen of voor planten? 

 Heel spitsvondig allemaal wat inburgeraars moeten begrijpen van Nederland. Als er niets vanaf hing en je zou niet beter weten dan zijn deze zinnen grappig, ze raken kant noch wal maar zijn daarom juist grappig.   Het toonbeeld van Nederlandse humor wellicht met een zweem van de lang vervlogen spruitjeslucht.  

TGN onderdeel tegenstellingen. Je hoort een woord en moet de tegenstelling zeggen.  We toetsen met de Toets GEsproken Nederlands namelijk spreekvaardigheid.  In de toets die ik gisteren  maakte moet je aanklikken Ik weet het / ik weet het niet. Hiermee kun je jezelf makkelijk voor de gek houden door steeds aan te klikken dat je het wel weet. Voorbeelden van de tegenstellingen zijn bijvoorbeeld: oud, verdrietig, bevriezen, anders, per ongeluk.  Zwart / wit dus, want dit is Nederland,  tegenstellingen zijn belangrijk! 

De ontwikkelaars van de  toets hebben zich op het standpunt gesteld dat ze taaluitingen moesten toetsen op A1 / A2 niveau. De descriptoren van het Europees Referentie Kader / ERK hebben ze daarbij niet geraadpleegd, maar daarover heb ik in eerdere Blogs al geschreven.  En  het maakte ze niet uit  waar die taal in verpakt werd.  Als de  inburgeraar  goed / fout vragen heeft beantwoord met een voldoende hoge score dan is hij klaar om te gaan communiceren in het Nederlands.

Het EPE bestaat uit filmpjes en foto's die refereren aan zaken die elke Nederlander moet weten: hoe geef ik een geboorte aan bij de Burgerlijke stand, hoe vraag je een nieuw rijbewijs aan, wat wordt er van je verwacht als je schoolgaande kinderen hebt, wat hoor je met je afval te doen  en zo meer. Opvallend zijn ook de vragen over verzekeringen en waarvoor je die allemaal nodig hebt.  Dat is  dus ook belangrijk om te weten en een van onze nationale verworvenheden. Wij weten waar we ons allemaal tegen kunnen verzekeren en doen dat consciëntieus, we zijn zo lekker verzekerd  van de wieg tot het graf.  De spruitjeslucht wil maar niet wegtrekken uit deze toets.  

Voor de inburgeraar die in de toekomst ook stemrecht krijgt en die wil meepraten over de op handen zijnde formatie van een nieuw kabinet is het antwoord op onderstaande vraag heel belangrijk: 

Jij vindt dat de overheid een grote rol moet spelen in de maatschappij. Moet je dan op een linkse of een rechtse partij stemmen?

 a) op een linkse partij

b) op een rechtse partij

Hopelijk weet de inburgeraar al dat dit dus Nederland  is en geen linkse of rechtse  dictatuur. Maar is het nou een prerogatief van links om zwaar bemande ministeries in te richten waaruit goed voor de burger wordt gezorgd?  Of gaat het erom dat de overheid zich overal mee bemoeit?  Is dat meer van links of meer van rechts? Over wat voor soort overheid gaat het hier?  EEn overheid die een goed  stelsel van  sociale zekerheid biedt, waar iedereen voldoende verzekerd is? Is de verzekering een taak van de overheid of van de particuliere verzekeringsmaatschappijen?  Ik weet het in ieder geval niet, en de inburgeraar hoeft   zijn hersens daar ook  niet over te breken.

 Hij zal doen wat ik ook heb gedaan,  namelijk gokken.  Ik kreeg na afloop een score te zien van de test, maar niet wat de goede en foute antwoorden zijn.  Ik ben er geen cent wijzer van geworden en het had er alle schijn van dat dat de bedoeling was:  waardeloos.